Beschrijving
Wanneer kan een tepelhoedje helpen?
Een tepelhoedje kan onder andere worden gebruikt wanneer:
- je tepels pijnlijk, gevoelig of beschadigd zijn;
- je baby moeite heeft om de borst goed vast te houden;
- je vlakke of ingetrokken tepels hebt;
- je baby nog klein is of moeite heeft om het vacuüm vast te houden;
- je borst door stuwing moeilijk vormbaar is;
- je baby door een snelle melkstroom steeds loslaat;
- tijdelijk meer stevigheid of houvast nodig is bij het aanhappen.
Het gebruik kan tijdelijk zijn, maar soms is een tepelhoedje wat langer nodig. Zodra het drinken goed gaat, kunnen we rustig bekijken of en hoe het gebruik kan worden afgebouwd.
Verkrijgbaar in drie maten
De Medela Contact tepelhoedjes zijn verkrijgbaar in:
- S – 16 mm
- M – 20 mm
- L – 24 mm
De maat wordt gekozen op basis van de tepel en de manier waarop je baby met het hoedje drinkt. Wij adviseren regelmatig om niet te krap te kiezen.
De tepel en de basis van de tepel moeten voldoende ruimte hebben, zodat het weefsel niet wordt afgekneld en de melk goed kan stromen. Een iets ruimer passend tepelhoedje kan je baby bovendien uitnodigen om de mond verder te openen en niet alleen het puntje van het hoedje vast te pakken.
Groter is alleen niet automatisch beter. Het hoedje moet stabiel blijven zitten en je baby moet behalve het hoedje ook voldoende borstweefsel in de mond nemen. Medela adviseert een aansluitende, maar comfortabele pasvorm rond het breedste gedeelte van de tepel.
Twijfel je tussen twee maten? Neem dan even contact met mij op.
Zo breng je het tepelhoedje aan
- Was je handen.
- Maak het tepelhoedje onder de kraan nat. Hierdoor blijft het meestal beter op de huid zitten.
- Vouw de rand of het middelste gedeelte een klein stukje om.
- Plaats het hoedje gecentreerd over de tepel.
- Klap het hoedje uit over de borst. Hierdoor wordt de tepel iets in het hoedje getrokken.
- Houd het hoedje zo nodig even vast terwijl je baby aanhapt.
Soms is omvouwen helemaal niet nodig. Je kunt het hoedje dan gewoon over de tepel leggen, vasthouden en je baby laten aanhappen. Kijk vooral welke manier bij jouw borst en jullie voeding het beste werkt.
Plaats de uitsparing bij voorkeur aan de kant van de neus van je baby. Zo blijft er zoveel mogelijk rechtstreeks huidcontact.
Let erop dat je baby niet alleen het uitstekende deel van het hoedje in de mond neemt. Ook met een tepelhoedje blijft een ruime hap belangrijk.
Extra aandacht voor de melkproductie
Begin je met een tepelhoedje terwijl de melkproductie nog niet goed op gang is? Dan adviseer ik vaak om na de voedingen na te kolven. ’s Nachts kan eventueel één kolfsessie worden overgeslagen, afhankelijk van de situatie.
Dit is vooral belangrijk wanneer:
- je baby nog niet duidelijk en regelmatig slikt;
- je borsten na de voeding niet zachter aanvoelen;
- je baby snel in slaap valt;
- er twijfel is over de melkoverdracht;
- de groei of hoeveelheid plasluiers extra aandacht nodig heeft.
Zodra de melkproductie goed op gang is én je baby effectief drinkt, kan het nakolven meestal rustig worden afgebouwd. Soms blijft tijdelijk één extra kolfsessie per dag zinvol, bijvoorbeeld wanneer een borst met het tepelhoedje onvoldoende zachter wordt. Dat bekijken we per situatie.
Onderzoek naar tepelhoedjes laat geen eenduidig beeld zien: bij sommige moeder-babycombinaties blijft de melkoverdracht goed, terwijl tepelhoedjes in andere situaties de melkverwijdering kunnen verminderen. Daarom kijk ik liever naar het daadwerkelijke drinken, de borsten, de plasluiers en de groei dan alleen naar het feit dat er een hoedje wordt gebruikt.
Controleer of je baby effectief drinkt
Let tijdens de voeding onder andere op:
- regelmatig slikken;
- een ritmische afwisseling tussen zuigen en slikken;
- een borst die na de voeding zachter aanvoelt;
- voldoende plasluiers;
- passende groei;
- comfort tijdens en na het voeden.
Blijft je baby lang aan de borst zonder duidelijk te slikken, valt je baby steeds snel in slaap of blijft de borst na de voeding vol aanvoelen? Neem dan contact met mij op voor een consult. Dan kijken we niet alleen naar het tepelhoedje, maar naar de hele voeding.








