Je hoort en ziet steeds meer over tongriemen en lipbanden. Foto’s, lijsten met klachten, “als je dit ziet, moet je knippen”… daar word je niet echt rustiger van.
Op deze pagina vind je:
- waar een tongriem invloed op heeft;
- welke klachten je kunt zien rond drinken, groei en comfort;
- waarom een lipband meestal minder belangrijk is voor drinken aan de borst;
- en waarom oefeningen en ontspanning (zenuwstelsel, vagus) minstens zo belangrijk zijn als een eventuele behandeling.
Onderaan vind je de info over de samenwerking met TopDental Volendam.
Wat doet de tong?
De tong is een gespierd orgaan, die samenwerkt met meerdere zenuwen en spiergroepen vanuit de nek en schedelbasis. Al die zenuwen en spieren helpen bij:
- drinken aan borst of fles;
- kauwen en slikken;
- de mond gesloten houden (mondsluiting);
- neusademhaling, kaak- en gelaatsontwikkeling.
Als de spieren van lippen, tong en kaken zwak, juist erg gespannen of niet goed op elkaar afgestemd zijn, zie je vaak dat de mond open staat, de tong laag in de mond ligt, of dat een baby juist veel “klemt”: strakke kaak, harde lippen, vuistjes, opgetrokken schouders. Dat kan neusademhaling, slikpatroon en de afvoer van vocht via de buis van Eustachius verstoren, waardoor kinderen bijvoorbeeld meer mondademen of vaker oorproblemen kunnen hebben.
Een tongriemprobleem gaat dus niet alleen over “kan de tong omhoog?”, maar over hoe goed het hele systeem – tong, spieren, zenuwen en houding – samenwerkt tijdens drinken en slikken.
Wat is een tongriem (en lipband) eigenlijk?
Iedereen heeft een tongriem: een dun “bandje” van slijmvlies en bindweefsel onder de tong, dat de tong met de mondbodem verbindt. Het hoort daar gewoon te zitten en geeft de tong juist stevigheid en richting bij bewegen, slikken en praten.
Pas als de tongriem zó kort, strak of ongunstig aangehecht is dat het de beweeglijkheid én de functie van de tong belemmert – bijvoorbeeld bij drinken, slikken, spreken of de houding in de mond – spreken we van een functioneel tongriemprobleem.
Net zo heeft iedereen een lipband: een soort “vliezig lijntje” van de lip naar het tandvlees, meestal tussen de voortanden boven en/of onder.
Bij de lipband geldt hetzelfde: die mag er zijn. Alleen als een lipband echt heel strak is én duidelijke klachten geeft (bijvoorbeeld bij tandenpoetsen of gebitsontwikkeling), zou er gekeken kunnen worden of er iets aan moet worden gedaan. Voor drinken aan de borst is de lipband meestal veel minder bepalend, omdat de borst zich vormt in de mond.
In de praktijk kijken we naar de combinatie: tongfunctie, lippen, kaak, slikken, ademhaling én hoe jouw baby daadwerkelijk drinkt. We behandelen niet “omdat er een lipband te zien is”, maar alleen als het totaalbeeld daar aanleiding toe geeft.
Signalen van een functioneel tongriemprobleem
Een tong die beweegt, betekent nog niet dat hij goed functioneert.
Een beperkt tongriempje kan nog prima “wiebeltongetjes” laten zien, maar tóch niet goed omhoog komen of meehelpen bij drinken en slikken.
Bij baby’s kun je onder andere zien:
- moeite met aanhappen of niet goed vast kunnen blijven;
- vaak loslaten, klakken, veel lucht happen;
- heel lang drinken of juist heel kort en vaak;
- onrust, overstrekken, veel huilen tijdens of na het voeden;
- verslikken, veel melkverlies uit de mond, veel boeren of hikken;
- refluxachtige klachten (spugen, branderig, veel “slikken”);
- onvoldoende gewichtstoename of groei die stagneert.
Bij de voedende ouder:
- pijn bij het drinken, kloven, bloedende tepels;
- afgeplatte of scheve tepel na de voeding;
- terugkerende borstontstekingen;
- het gevoel dat je “alles al geprobeerd hebt” en toch blijft het voeden een worsteling.
Bij flesvoeding zie je soms specifiek:
- dat een baby de speen niet goed kan afsluiten en veel lucht meedrinkt;
- melkverlies langs de mondhoeken;
- veel klakken of “tsjok”-geluidjes aan de fles;
- onrust, wegduwen van de fles of juist constant “happen maar niet goed door drinken”;
- moeite met tempo regelen: of heel snel “happen en slikken”, of juist eindeloos doen over kleine hoeveelheden.
Een stevige lipband kan bij flesvoeding soms extra meespelen bij het afsluiten rond de speen. Voor drinken aan de borst is die lipband meestal minder bepalend, omdat de borst zich in de mond vormt en de lippen meer kunnen meebewegen.
Deze klachten kunnen met een tongriem (en soms lipband) te maken hebben, maar hoeven dat niet per se. Soms gaat het vooral om houding, techniek, aanhap en spanning in het lijf. Daarom kijken we altijd liever naar het gehele plaatje en niet alleen naar één stukje weefsel.
Dingen die je later kunt zien
Op latere leeftijd kan een niet-goed functionerende tong (al dan niet met strakke tongriem) o.a. een rol spelen bij:
- hardnekkige mondademhaling / open mond;
- slik- en kauwproblemen;
- snurken, slaapproblematiek;
- kaak- en gebitsontwikkeling (smalle kaken, scheve tanden);
- vaker oorproblemen doordat slikken en drukregulatie minder efficiënt zijn.
Dit betekent níét dat elke tongriem “voor de zekerheid” behandeld moet worden. Het betekent wel dat verder kijken dan alleen vandaag belangrijk is.
Verschillende typen tongriemen
Niet iedere tongriem ziet eruit als een klassiek strak bandje onder de tong. Er zijn meer vooraan gelegen (anterior) tongriemen die je duidelijk onder de tong kunt zien, en meer naar achteren gelegen (posterior, soms verborgen) tongriemen die dieper in de mondbodem liggen en soms bijna niet te zien zijn, maar wél goed te voelen zijn bij onderzoek. Daarnaast kunnen tongriemen heel dun en vliezig zijn, of juist dikker en stugger aanvoelen.
Daarom is een foto in een oudergroep vaak onvoldoende om te zeggen “dit is wél of geen probleem”. Een goede beoordeling kijkt altijd naar:
- het uiterlijk van de tongriem,
- de beweeglijkheid van de tong,
- en vooral: hoe dit uitpakt bij drinken, slikken, ademhaling en comfort.
De tong, spanningspatronen en het zenuwstelsel
Baby’s hebben geen “los mondprobleem”; hun hele lijf en zenuwstelsel doen mee. Bij veel spanning of onrust zie je vaak dat er meer refluxachtige klachten ontstaan, dat een baby snel overstrekt, heftig schrikt en onrustig slaapt. De nervus vagus – een belangrijke zenuw tussen brein en buik – speelt daarin een grote rol. Die is betrokken bij zowel ontspanning als spijsvertering (“rest & digest”). Staat een baby eigenlijk voortdurend in de “aan-stand”, dan komt die nervus vagus minder tot rust en werkt het hele verteringssysteem meestal ook wat minder soepel.
Daarom kijken we naast de mond ook naar:
- hoe je baby wordt vastgehouden en gedragen;
- hoe rustig (of juist alert) je baby is;
- of zachte lichaamsgerichte oefeningen (fysio, craniosacraal, osteopathie, e.d.) mogelijk helpend zijn in jullie situatie.
Een behandeling lost geen stress of spanningspatronen op. Oefeningen, regulatie en soms bodywork helpen de tong en het hele lijf om nieuwe, soepelere patronen te leren.
Oefeningen & mondspel: minstens zo belangrijk
Of er nu wél of geen behandeling plaatsvindt: de tong en mondspieren moeten/ kun je leren hoe ze anders kunnen bewegen.
Daarom werken we niet alleen “in de mond”, maar ook met spel en aanraking. Denk aan spelenderwijze mond- en tongoefeningen en zachte aanraking die je baby helpen zijn of haar lijf beter te voelen en te ontspannen. Waar mogelijk is het aan te raden vóór een eventuele behandeling hiermee te beginnen, zodat die oefeningen voor je baby niet alleen gekoppeld worden aan “dat ene nare moment”, maar juist aan iets vertrouwds en veiligs.
Onze ervaring (en die van veel collega’s) is dat baby’s die al geoefend hebben, na een eventuele behandeling vaak sneller nieuwe patronen oppakken – én dat ouders zich zekerder voelen, omdat ze weten wat ze kunnen doen.
Eerst het hele plaatje, dan pas behandelen
Bij de meeste vragen rondom tongriem en drinken starten we met een lactatiekundig consult bij mij. In zo’n consult kijk ik naar het totale plaatje: hoe je baby drinkt (borst of fles), hoe de mond en tong bewegen, wat er speelt qua groei, spanning en comfort, en doe ik een mondonderzoek. Vaak komen we dán pas een (mogelijke) tongriemproblematiek tegen – zeker bij meer naar achteren gelegen (posterior) tongriemen, die niet altijd direct opvallen. Vanuit dat consult kunnen we samen kijken of het zinvol is om verder te gaan met alleen begeleiding en oefeningen, of dat een beoordeling/behandeling elders een logische volgende stap is.
Zie jijzelf, je kraamzorg of verloskundige bij een pasgeborene een heel duidelijke tongriem tot aan het puntje van de tong, dan is snel beoordelen en – als dat nodig is – behandelen vaak een goede optie. In dat geval is een gecombineerde afspraak via TopDental Volendam meestal het snelst: de tandarts en ik beoordelen en de tandarts behandelt, ik kijk dan weer mee naar voeding en nazorg. Bij oudere baby’s of kinderen, en bij dikkere of verborgen (meer posterior) tongriemen, kan een laserbehandeling passender zijn; dan verwijs ik – na een consult – zo nodig door naar een praktijk die daarin gespecialiseerd is.
Afspraak maken TopDental Volendam
0299-396148


